Vrijdag 8 mei 2026

Gepubliceerd op 8 mei 2026 om 18:14

Er zijn mensen die verstandig zouden zeggen: “Misschien is het slim om dit jaar een keer thuis te blijven.” En eerlijk gezegd zit daar best iets in. We zijn namelijk pas afgelopen maart verhuisd naar een nieuwbouwappartement in Huijbergen. Nog geen twee maanden geleden stonden overal dozen. De keuken moest nog worden ingericht, meubels moesten nog geleverd worden, en iedere dag ontdekten we weer een nieuwe lade waarvan we niet meer wisten wat erin hoorde. Zelfs nu ruikt alles nog nieuw. Nieuwe vloer. Nieuwe meubels. Nieuwe gangen. Nieuwe buren. Nieuwe geluiden. Soms lopen we nog steeds automatisch de verkeerde kant op wanneer we beneden uit de lift stappen. Kortom: precies de situatie waarin normale mensen zouden denken: “Laten we eerst eens rustig wennen.”

Maar wij zijn kampeerders. En kampeerders denken anders. Zodra begin mei nadert, begint ergens diep vanbinnen iets te trekken richting Scandinavië. Dat laat zich niet tegenhouden door gezond verstand, verhuisdozen of vermoeidheid. Begin mei is in Zweden simpelweg de mooiste tijd van het jaar. Het frisse groen. Het steeds langer wordende licht. De rust. De berken die net uitlopen. Het gevoel dat de natuur langzaam wakker wordt na een eindeloze winter. Dus besloten we: we gaan gewoon.

Woensdag werd de caravan uit de stalling gehaald. Dat moment blijft ieder jaar bijzonder. Alsof je een oude reisgenoot na een jaar weer terugziet. De caravan stond er een beetje stoffig en zwijgzaam bij, maar tegelijkertijd ook vol belofte. En toen begon het grote gesjouw. Want vroeger woonden we in een huis met een grote garage. Maandenlang verzamelden we voorafgaand aan de vakantie alle spullen in de garage en die hoefden dan slechts een paar meter verder in de caravan gebracht te worden. Maar nu wonen we op de tweede verdieping van een appartementengebouw. Dat klinkt modern en comfortabel, totdat je tientallen keren met kampeerspullen heen en weer moet lopen. Ineens ontdek je hoeveel spullen een mens blijkbaar nodig heeft om “eenvoudig” te kamperen. Stoelen. Tafeltjes. Snoeren. Kabelhaspels. Haringen. Kookspullen. Extra dekens. Regenjassen. Wandelschoenen. Verrekijkers. Voer voor de honden. Boeken waarvan je uiteindelijk maar drie pagina’s leest. En uiteraard een verzameling spullen waarvan niemand precies weet waarom ze mee moeten, behalve dat ze vorig jaar ook mee waren. Woensdag en donderdag veranderden daardoor in een soort logistieke operatie tussen appartement, lift, parkeerplaats en caravan. De lift maakte overuren. Iedere keer als we dachten klaar te zijn, herinnerde iemand zich ineens iets belangrijks. “Hebben we de handdoeken al?” “Waar ligt de accuboormachine?” “Heb jij de thermoskan gezien?” “Zitten de paspoorten eigenlijk al in de caravan?”

En ondertussen hielden de honden alles nauwlettend in de gaten. Vanaf het moment dat ze de caravan hadden gezien, waren ze volledig overtuigd dat vertrek ieder moment kon plaatsvinden. Iedere keer als wij richting voordeur liepen met spullen, ontstond er bij hen direct een emotionele crisis. Zodra de liftdeur dichtging en wij zonder hen naar beneden gingen, begonnen ze te huilen alsof ze zojuist persoonlijk waren achtergelaten bij een weeshuis. Wanneer we terugkwamen, zaten ze exact op dezelfde plek voor de voordeur, met een blik die zei: “Zijn jullie nu eindelijk klaar met dat eindeloze voorbereiden?” De ironie was natuurlijk prachtig. Dagenlang konden ze nauwelijks van spanning stilzitten, maar uiteindelijk zouden ze vandaag vooral slapen.

Vanmorgen om precies 10.00 uur vertrokken we uit Huijbergen. Dat klinkt heel georganiseerd, maar het laatste uur voor vertrek blijft altijd een wonderlijke combinatie van routine en lichte paniek. Nog één keer controleren of alle kastjes in de caravan dicht zitten. Nog even voelen of de koelkast in de caravan echt werkt. Nog een keer kijken of de caravanstekker goed aangesloten is. Nog even naar het toilet. Nog snel koffie meenemen. Nog even twijfelen of we echt alles hebben. En dan dat heerlijke moment waarop de auto langzaam begint te rijden en de caravan achter je aan trekt. Dat eerste stukje vakantiegevoel. Alsof de wereld meteen een ander tempo krijgt. De honden waren aanvankelijk dolenthousiast. Ze sprongen de auto in alsof ze op expeditie gingen naar Lapland. Maar het enthousiasme hield nog geen tien minuten stand. We waren Huijbergen nog niet uitgereden of beide beagles lagen al volledig knock-out te slapen. Dagenlang hadden ze alarmfase rood uitgeroepen vanwege de caravan, en uiteindelijk lagen ze nog vóór de eerste rotonde horizontaal tegen elkaar aan te snurken. Typisch beagles.

De reis verliep opvallend soepel. Geen files. Geen stress. Geen grote vertragingen. Geen caravans die dwars over de vluchtstrook stonden met rokende banden. Slechts één verkeerde afslag, wat eigenlijk nauwelijks telt. Een vakantie zonder verkeerde afslag voelt bijna onnatuurlijk. Bovendien hoort het bij kamperen dat je minstens één keer zegt: “Volgens mij rijden we verkeerd …” Waarna de bestuurder standaard antwoordt: “Nee hoor.” Om vervolgens drie minuten later alsnog toe te geven: “… misschien een klein beetje.”

Iedere uur stopten we even op een parkeerplaats. Officieel natuurlijk voor de honden, maar in werkelijkheid waren wij minstens zo blij met die pauzes. Vanaf een bepaalde leeftijd verandert reizen ongemerkt in een aaneenschakeling van sanitaire tussenstops. De beagles vonden iedere parkeerplaats overigens onmiddellijk fascinerend. Alsof daar net een complete internationale hondenconferentie had plaatsgevonden. Er moest uitgebreid worden gesnuffeld aan ieder grassprietje, iedere paal en iedere struik. Ondertussen probeerden wij vooral een praktische balans te vinden tussen: “Laat de honden rustig hun behoefte doen” en “Kunnen we misschien vandaag nog in Denekamp aankomen?”

Onderweg lunchten we traditiegetrouw in de caravan. Sommige vakantiegewoonten zijn simpelweg heilig. Dus stonden rond lunchtijd de boterhammen met verse aardbeien op tafel. En eerlijk: dat smaakt onderweg altijd beter dan thuis. Misschien komt het door het vakantiegevoel. Misschien door het licht in de caravan. Misschien omdat alles nog netjes en georganiseerd is. De kastjes keurig opgeruimd. Geen rondslingerende schoenen. Geen stapels kaarten, bonnetjes en opladers die zich later tijdens de vakantie vanzelf overal verzamelen.

Rond 15.00 uur arriveerden we op camping Erve Wezenberg in Denekamp, na in totaal 294 kilometer rijden. Erve Wezenberg ligt in het typische Twentse coulisselandschap, vlak bij de Duitse grens, tussen weilanden, bosranden en kleine beekjes. De camping begon ooit met vijftien plaatsen en groeide uit tot een kleinschalige camping met ongeveer vijftig ruime plekken. Nieuwe gasten krijgen er koffie met zelfgebakken appelcake (die wij beleefd afgeslagen hebben), er zijn recreatieruimtes in de oude boerderij, verwarmd sanitair en overal merk je dat rustzoekers hier centraal staan.  En eerlijk is eerlijk: het is echt een fijne camping. Rustig. Groen. Ruime plekken. Net sanitair. Geen schreeuwende animatie. Geen zwembad met gillende kinderen en opblaasflamingo’s. Gewoon vogels, rust en Twente. Maar toen ontdekten we het enige grote nadeel. De camping is namelijk autovrij. Dat klinkt in theorie prachtig duurzaam en idyllisch. In campingfolders zie je daar dan foto’s bij van mensen die glimlachend over grasveldjes wandelen terwijl ergens een akoestische gitaar klinkt en een kind een paardenbloem vasthoudt. Maar in werkelijkheid betekent “autovrij” vooral: heel veel lopen. En dat is voor ons best onhandig, omdat de auto tijdens vakanties eigenlijk functioneert als extra schuur. Zeker ’s avonds en ’s nachts verdwijnen daar altijd de kampeerstoelen, tafeltjes en allerlei losse spullen in. Nu moet de auto braaf op een parkeerplaats aan de rand van de camping staan. Dus als je straks om half elf ontdekt dat de stoelkussens nog in de auto liggen, mag je eerst een avondwandeling door half Denekamp maken.

Toch overheerst nu vooral het vakantiegevoel. De caravan staat. De koffie is gezet. De honden hebben inmiddels de camping geïnspecteerd alsof ze lid zijn van de beveiliging. En morgen rijden we verder. Weer een eindje dichter bij Zweden.

De caravan stond op woensdag en donderdag netjes achter het appartementencomplex verdekt opgesteld.

Onze camping in Denekamp

De omgeving van de camping, waar we met de honden hebben gewandeld

Reactie plaatsen

Reacties

Greta en Stefan
een maand geleden

Zo mooi geschreven Marjolein!!!!
We hebben echt zitten lachen! Jij bent daar zo goed in! Leuk om te lezen!
Een fijne dag vandaag!!!!
Groetjes.
Stefan en Greta.