Vanmorgen vertrokken we vanuit Wienhausen, en ergens voelt het alsof we inmiddels definitief zijn losgeraakt van Nederland. Niet letterlijk natuurlijk — de caravan hangt er nog steeds achter alsof we een complete Vinex-wijk meeslepen — maar wel mentaal. De haast is eruit. Niemand hoeft iets. Niemand verwacht iets. Het enige grote doel van vandaag was: een kilometer of 250 rijden richting de Oostzee en onderweg vooral niet in een industrieterrein met zes McDonald’s en een Bauhaus belanden. Dat is opnieuw uitstekend gelukt.
We reden vandaag weer grotendeels over provinciale wegen, en het landschap veranderde langzaam maar duidelijk ten opzichte van gisteren. Minder bossen en slingerwegen, meer open ruimte, rustige dorpen, oude bakstenen huizen, uitgestrekte velden en af en toe van die typisch Oost-Duitse plaatsen waar de tijd stil lijkt te zijn blijven staan. Het verkeer werd ook steeds rustiger. Soms reden we kilometers lang zonder noemenswaardige drukte. Dat bevalt ons uitstekend. Sterker nog: ik begin langzaam te vermoeden dat wij qua reistempo inmiddels officieel tot de categorie “oudere caravanmensen” behoren. Nog even en ik koop sandalen met klittenband en begin spontaan gesprekken over bandenspanning met onbekenden op campings.
Onderweg merkten we dat het zondag was in Duitsland. In Nederland zijn we gewend dat supermarkten tegenwoordig ongeveer 24 uur per dag open zijn, inclusief feestdagen, zonsverduisteringen en vermoedelijk binnenkort ook tijdens natuurrampen. In Duitsland ligt dat anders. Vrijwel alles was dicht. Geen uitgebreide boodschappenronde vandaag dus. Geen winkelwagens vol verse broodjes, yoghurt, aardbeien en andere lekkernijen. Gelukkig hadden we nog voldoende voorraad in de caravan liggen om opnieuw een uitgebreide lunch te houden. Het grote voordeel van reizen met caravan is dat je eigenlijk altijd voorbereid bent op een kleine humanitaire crisis. Dus ergens onderweg parkeerden we weer op een rustige plek, klapten de caravan open en maakten lunch alsof we deelnamen aan een culinair buitenprogramma. Zelf gebakken brood (zelf de broodmachine aangezet), krentenbollen, eierkoeken, peperkoek, beleg, karnemelk, wat lekkers erbij — en vooral rust.
De honden hadden hun taakverdeling ook vandaag weer perfect op orde. Stoppen. Snuffelen. Plassen. Kijken of er eten verkrijgbaar is. Teleurgesteld constateren dat dit niet zo is. Verder slapen. Ze doen het werkelijk voorbeeldig in de auto. Sterker nog: volgens mij vinden ze deze vakanties heerlijk zolang wij maar blijven functioneren als rijdende roomservice.
Aan het einde van de middag kwamen we aan op Campingpark Ostseebad Rerik, vlak bij de Oostzee. En meteen merk je dat je dichter bij de kust zit. De lucht voelt anders. Frisser. Meer wind. Meeuwen die voortdurend klinken alsof ze ruzie hebben over een vis die niemand ooit heeft gezien. Overal dat typische vakantiegevoel van de noordkust: caravans, dennenbomen, fietsen, strandtassen en mensen die eruitzien alsof ze hier al sinds 1983 iedere zomer komen.
De camping zelf is ruim opgezet en ligt prachtig tussen het groen, de gele koolzaadvelden, op loopafstand van de kust. Geen overdreven luxe, maar wel verzorgd en ontspannen. Mensen zitten rustig voor hun caravan, kinderen fietsen rond, ergens wordt een barbecue aangestoken en niemand lijkt bijzonder haastig te zijn. Dat past goed bij deze omgeving. Rerik zelf is ook zo’n plaats waar je direct voelt dat de zee dichtbij is. Geen schreeuwerige boulevard vol neonverlichting, maar een rustige badplaats met stranden, duinen, bomen en brede luchten. Alles ademt ruimte.
’s Avonds besloten we vanaf de camping naar de kust te wandelen. Dat begon uitstekend. Het pad liep door het groen richting de klifrand, en even later stonden we bovenaan een lange trap richting het strand. Honderd treden naar beneden, ongeveer. “Dat valt mee,” dachten we nog optimistisch. En eerlijk is eerlijk: de afdaling ging prima. Benen soepel. Goede moed. Enthousiasme. Beneden aangekomen werden we beloond met een schitterend uitzicht over het strand en de Oostzee. De zee lag bijna glad onder de avondlucht. Meeuwen trokken langzaam over het water. In de verte hoorde je alleen golven en wind. Zo’n plek waar mensen automatisch zachter gaan praten omdat schreeuwen bijna ongepast voelt. Heel even hadden we het gevoel dat we bijzonder sportieve, energieke vakantiegangers waren. Maar toen moesten we ook weer terug omhoog. Honderd treden lijken verrassend veel meer wanneer ze de verkeerde kant op gaan. Halverwege begon die trap ineens sterk op een persoonlijke aanval te lijken. Boven aangekomen deden we alsof het allemaal prima ging, maar intern waren onze longen inmiddels bezig een officiële klacht in te dienen. De honden daarentegen hadden nergens last van. Die keken ons boven aangekomen aan met een blik van: “Waarom doen jullie hier zo moeilijk over?”
Vanavond slapen we vlak bij de Oostzee. Morgen hebben we een rustdag. Dinsdag rijden we verder richting Rostock, waar de boot naar Zweden wacht. Maar eerst herstellen van een sportprestatie die officieel waarschijnlijk niet eens als sport telt.
Reactie plaatsen
Reacties