Gisteren eindigde ik met de mededeling dat we vandaag een uitstapje zouden maken naar een plek waar veel bomen te vinden zijn, maar niet op de manier die je zou verwachten. Dat bleek geen grootspraak te zijn. Want waar de bomen in de rest van Zweden meestal gewoon braaf in het bos blijven staan, worden ze in Nüsnäs omgetoverd tot een van de bekendste symbolen van het land: de beroemde Dalapaardjes.
Maar voordat we daarheen gingen, moesten eerst de aardbeien op. Zoals jullie weten, had mijn vader gisteren bij Lidl een hoeveelheid aardbeien ingeslagen die voldoende leek om een klein dorp van vitamine C te voorzien. Vanmorgen werd daarom al vroeg begonnen aan de eerste aardbeienronde. Rond de lunch volgde de tweede aanval. Boterhammen met aardbeien, een beetje suiker eroverheen en iedereen tevreden. Tenminste, iedereen behalve de aardbeien.
Na deze culinair hoogstaande maaltijd reden we naar Nüsnäs, een klein dorpje aan het Siljanmeer dat wereldwijd bekend is vanwege de productie van de Dalapaardjes. Nu had ik vooraf eerlijk gezegd gedacht dat we naar een fabriek zouden gaan waar een machine aan de ene kant een boom naar binnen trekt en er aan de andere kant iedere minuut twintig rode paardjes uitspuugt. Maar dat bleek een misvatting. De geschiedenis van het Dalapaard gaat namelijk honderden jaren terug. In de lange wintermaanden maakten boeren en houthakkers speelgoed voor hun kinderen uit stukken hout die overbleven van hun werk. Omdat paarden toen onmisbaar waren op de boerderij, werden juist paarden het populairste speelgoed. Wat begon als eenvoudig kinderspeelgoed groeide langzaam uit tot een regionaal symbool van Dalarna en uiteindelijk zelfs tot hét symbool van heel Zweden. In Nüsnäs wordt die traditie nog altijd voortgezet. Niet in een moderne hoogtechnologische fabriek, maar grotendeels op ambachtelijke wijze. Bezoekers kunnen vrijwel het hele productieproces volgen.
Het begint allemaal met grenenhout. De paardjes worden eerst machinaal in vorm gezaagd. Vervolgens worden ze geschuurd, bijgewerkt en gecontroleerd. Daarna krijgen ze hun bekende rode grondkleur. Alleen dat levert al een bijzonder gezicht op. Overal staan rijen paardjes te drogen. Honderden tegelijk. Alsof er een paardenvergadering wordt gehouden waarbij iedereen verplicht stil moet blijven staan. Daarna volgt het mooiste onderdeel van het proces: het beschilderen. De bekende krullen, bloemen en sierlijnen worden nog steeds met de hand aangebracht. Dat ziet er verrassend eenvoudig uit wanneer een ervaren schilder het doet. Binnen enkele seconden verschijnen sierlijke patronen op het hout. Tegelijkertijd besef je dat jouw eigen poging waarschijnlijk eerder zou eindigen als een abstract kunstwerk dan als een Dalapaard. Wat vooral opvalt, is hoeveel handwerk er nog in elk paardje zit. In een tijd waarin bijna alles door computers en robots wordt gedaan, is het bijzonder om te zien dat een nationaal symbool nog steeds grotendeels door vakmensen wordt gemaakt.
Naast de werkplaatsen zijn er tentoonstellingen over de geschiedenis van het paardje en natuurlijk een grote winkel. Daar staan paardjes in alle mogelijke maten opgesteld. Van exemplaren die gemakkelijk in je broekzak passen tot modellen die thuis waarschijnlijk een eigen kamer zouden willen hebben. Aan het eind van het bezoek begrepen we beter waarom deze paardjes zo'n belangrijke plaats innemen in de Zweedse cultuur. Het zijn niet zomaar souvenirs, maar een stukje levende geschiedenis.
Maar hoe komt het nou toch dat de paardjes wereldwijd zo bekend zijn geworden? Een belangrijke doorbraak kwam aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. De Dalapaardjes waren toen al populair in Dalarna, maar buiten Zweden kende vrijwel niemand ze. Dat veranderde door verschillende wereldtentoonstellingen waarop Zweden zijn cultuur, ambachten en industrie presenteerde aan een internationaal publiek. Vooral tijdens de grote wereldtentoonstellingen in steden als Parijs, New York en Chicago trokken de kleurrijke houten paardjes veel aandacht. Bezoekers namen ze mee naar huis als typisch Zweeds souvenir en zo begonnen de paardjes aan een onverwachte internationale carrière. Sindsdien zijn ze uitgegroeid tot een wereldwijd herkenbaar symbool van Zweden. Eigenlijk is het best bijzonder als je erover nadenkt: ergens in een bosrijke streek maakten een paar houthakkers speelgoed voor hun kinderen, en een paar generaties later staat datzelfde speelgoed symbool voor een heel land. Dat lukt zelfs IKEA niet met elke boekenkast.
Waarschijnlijk krijg ik nu een vraag van een kritische volger: “Maar heel eerlijk: worden al die paardjes wel zo met de hand traditioneel gemaakt? Staat er niet gewoon ergens een fabriek hier in de buurt, diep in het bos verscholen, waar de fabricage grotendeels machinaal gaat?” Ik zal die vraag beantwoorden. Dat is namelijk een heel terechte vraag. Het antwoord is eigenlijk: ja én nee.
De paardjes die in Nüsnäs worden verkocht onder de traditionele merken, zoals Nils Olsson Dalahästar en Grannas A. Olsson Hemslöjd, worden nog steeds voor een belangrijk deel ambachtelijk vervaardigd. Maar “volledig met de hand gemaakt” betekent tegenwoordig niet meer hetzelfde als tweehonderd jaar geleden. Het hout wordt niet meer met een mes uit een blok gesneden door een boer die 's avonds bij kaarslicht aan de keukentafel zit. De ruwe vormen worden tegenwoordig machinaal gezaagd of gefreesd. Ook het schuren gebeurt deels met machines. Dat zou anders economisch nauwelijks haalbaar zijn. Wanneer je duizenden paardjes per jaar produceert, kun je bepaalde stappen eenvoudigweg niet volledig handmatig uitvoeren. Het bijzondere zit vooral in de afwerking. Het schilderen van de karakteristieke patronen gebeurt bij de traditionele producenten nog grotendeels met de hand. Ook kwaliteitscontrole, bijwerken en afwerken vragen veel handwerk. Juist dat handgeschilderde patroon maakt een Dalarna-paard tot een “echt” Dalarna-paard.
Daarnaast bestaat er inderdaad een andere werkelijkheid. Wereldwijd worden tegenwoordig enorme aantallen Dalarna-paardjes geproduceerd die weinig met Nüsnäs te maken hebben. Die komen uit grootschalige fabrieken in andere landen, worden volledig machinaal gemaakt en verschijnen vervolgens in souvenirwinkels, webshops en woonwinkels. Ze lijken vaak sterk op de originele paardjes, maar missen de directe link met de traditie van Dalarna.
Dus nee, er staat waarschijnlijk geen geheim complex diep in de Zweedse bossen waar miljoenen authentieke Dalapaardjes per jaar van de lopende band rollen. Maar de romantische voorstelling dat ieder paardje vanaf een ruw stuk hout volledig met de hand wordt vervaardigd, klopt ook niet helemaal meer. Eigenlijk lijkt het op veel traditionele producten. Denk aan kaas, klompen of streekgebak. Er zijn nog steeds ambachtelijke producenten die de traditie levend houden, maar ze maken daarbij wel gebruik van moderne hulpmiddelen. Anders zouden de paardjes waarschijnlijk zo duur worden dat je voor één exemplaar ongeveer evenveel betaalt als voor een week camping in Mora. En eerlijk gezegd vond ik dat juist wel mooi om te zien in Nüsnäs. Het is geen openluchtmuseum waar men doet alsof het nog 1826 is. Het is een levende traditie die probeert te overleven in 2026. Dat betekent dat machines het zware werk doen, terwijl de ambachtslieden zich richten op het deel dat de paardjes hun karakter geeft. Dat maakt het verhaal misschien iets minder romantisch, maar wel een stuk realistischer.
Reactie plaatsen
Reacties
Wel heel mooi die paardjes en ook het verhaal er bij.
En mooie kleur die foto,s.