Vandaag hoefden we helemaal nergens naartoe. Na de ‘zware’ reis van gisteren – een rit van maar liefst tachtig kilometer – vonden wij dat we wel een rustdag hadden verdiend. De caravan bleef dus keurig op zijn plek staan en wij ook grotendeels.
De ochtend stond in het teken van boodschappen doen. Misschien niet de meest spectaculaire vakantieactiviteit, maar ook op vakantie geldt de onverbiddelijke natuurwet dat een koelkast zichzelf niet vult. Brood, melk, beleg, iets lekkers voor bij de koffie ... voor je het weet loop je weer met een volle winkelwagen naar buiten. Blijkbaar hoort ook dát gewoon bij het caravanleven.
Daarna was het tijd voor fika. Voor wie nog niet helemaal ingeburgerd is in Zweden: fika is veel meer dan een kop koffie drinken. Het is een klein dagelijks rustmoment waarop je bewust even de tijd neemt voor koffie, iets lekkers en een goed gesprek. Zweden nemen daar geen genoegen met een haastige slok uit een kartonnen beker. Fika doe je rustig. En eerlijk gezegd beginnen wij die gewoonte steeds beter te begrijpen.
‘s Middags reden we naar Sunnanå Hamn, de sfeervolle jachthaven van Mellerud aan de oostelijke oever van het enorme Vänernmeer. Vänern is met ruim 5.600 vierkante kilometer het grootste meer van Zweden en een van de grootste van Europa. Soms heb je hier eerder het gevoel dat je aan zee staat dan aan een meer.
Sunnanå was oorspronkelijk een kleine vissershaven, maar heeft zich ontwikkeld tot een moderne recreatiehaven die geliefd is bij watersporters. In de zomer liggen er tientallen plezierjachten aan de steigers en vormt de haven een populaire tussenstop voor mensen die over het Vänern varen. Rondom de haven vind je wandelpaden, een strandje, een restaurant en een camping. Alles ademt er een ontspannen vakantiesfeer uit.
Wij maakten een korte wandeling langs de steigers en genoten van het uitzicht over het water. Het blijft toch bijzonder om te zien hoe sommige mensen een boot bezitten die ongeveer net zo groot is als ons appartement. En waarschijnlijk ook ongeveer even duur.
Ondertussen lijkt ook Zweden afscheid te hebben genomen van de tropische temperaturen. De thermometer wees nog altijd een keurige 24 graden aan, maar er stond een stevige wind, een windkracht vier. Daardoor voelde het ineens een stuk frisser. Opmerkelijk hoe snel een mens daaraan went. Twee weken geleden hadden we 24 graden nog als een zomerse topdag beschouwd; inmiddels denk je bijna: had ik toch maar een vest meegenomen.
Terug op de camping wachtte ons opnieuw een ontmoeting met een bekende. Gisteren hadden we al een vos over het terrein zien wandelen. We gingen er eigenlijk vanuit dat hij gewoon op doorreis was, net als veel campinggasten. Niet dus. Toen we bij de caravan aankwamen, begon Cooper ineens luid te blaffen. Dat doet hij meestal niet zonder reden. Na enig speurwerk ontdekten we de oorzaak: de vos had besloten dat de ruimte onder onze auto een uitstekende plek was om even uit te rusten. We probeerden hem duidelijk te maken dat dit eigenlijk een parkeerplaats was en geen hotelkamer. Hij keek ons aan met een blik die ongeveer betekende: "Interessant verhaal. Ik lig hier prima." Een beetje klappen in onze handen, wat roepen ... het maakte allemaal weinig indruk. Pas toen de motor werd gestart, vond hij het de moeite waard om op te staan. Op zijn gemak liep hij onder de auto vandaan, keek nog één keer om en verdween vervolgens tussen de struiken. Ik vermoed eerlijk gezegd dat híj dacht dat wij degene waren die zijn parkeerplaats hadden ingenomen.
Zo kregen we op onze rustige boerencamping toch weer onverwacht entertainment. Geen animatieteam, geen avondshow en geen bingo, maar een wilde vos die zich inmiddels gedraagt alsof hij mede-eigenaar van de camping is. Dat is misschien wel de meest Zweedse vorm van gastvrijheid die je je kunt voorstellen.
Reactie plaatsen
Reacties