Woensdag 27 mei 2026

Gepubliceerd op 28 mei 2026 om 15:47

Vandaag zijn we weer een stukje verder noordwaarts getrokken: van Falun naar Bollnäs. Geen lange reisdag dit keer, want de route bedroeg slechts zo’n 130 kilometer. In Nederland zou zo’n afstand nauwelijks indruk maken, maar hier in Zweden voelt zelfs een korte rit alsof je urenlang langzaam een natuurdocumentaire binnenrijdt.

Wat vooral opviel onderweg, was de enorme rust. Geen files. Geen bedrijventerreinen. Geen eindeloze linten van bebouwing. Soms reden we twintig minuten zonder ook maar één echt dorp tegen te komen. Alleen bossen. Ontelbaar veel bossen. En eerlijk gezegd: wij genieten daar intens van.

Hoe verder je Zweden in trekt, hoe meer je merkt hoe vol Nederland eigenlijk is. Hier is ruimte nog echt ruimte. Geen kleine strookjes natuur tussen snelwegen en woonwijken, maar uitgestrekte bossen die zich kilometerslang uitstrekken tot aan de horizon. Het landschap rond Falun en Bollnäs behoort tot de grote Zweedse bosgebieden van Midden-Zweden, waar enorme oppervlakten bestaan uit sparren- en dennenbossen. Grote delen daarvan zijn productiebossen: bossen die bewust beheerd worden voor de houtindustrie. Dat zie je onderweg voortdurend terug. Langs de weg lagen gigantische stapels boomstammen, allemaal keurig ontdaan van takken en netjes op maat gezaagd. We passeerden verschillende houtzagerijen en regelmatig kwamen enorme vrachtwagens voorbij die complete ladingen boomstammen vervoerden. Soms vraag je je af hoeveel bomen er eigenlijk nog overeind staan in Zweden, totdat je een bocht om rijdt en opnieuw alleen maar bos ziet. Dan besef je dat dit land waarschijnlijk nog voor de komende vijfhonderd jaar voldoende bomen op voorraad heeft.

Ondanks de regenbuien en de harde wind was het onderweg prachtig. Juist dat wisselvallige weer gaf het landschap iets ruigs. Donkere wolken trokken over de bossen heen, het licht veranderde voortdurend en af en toe brak ineens de zon door waardoor hele stukken bos fel oplichtten. Het zijn van die momenten waarop je automatisch wat zachter gaat praten in de auto, simpelweg omdat de stilte buiten bijna hoorbaar wordt.

En dan die wegen hier. Lange rustige wegen zonder haastige automobilisten die op twintig centimeter van je bumper willen rijden omdat je “maar” tachtig rijdt met een caravan. In Zweden lijkt iedereen te begrijpen dat reizen geen wedstrijd is. Mensen wachten rustig, halen alleen in wanneer het veilig kan en lijken verder vooral te denken: we komen er vanzelf wel. Dat werkt behoorlijk ontspannend. Al moet ik toegeven dat de caravan daar vandaag niet helemaal hetzelfde over dacht. Door de harde zijwind begon hij af en toe enthousiast mee te bewegen. Niet gevaarlijk, maar wel genoeg om je voortdurend nét iets steviger aan het stuur te laten trekken. Zeker tijdens de regenbuien voelde het soms alsof we met een kleine vakantieflat achter de auto door Scandinavië zeilden.

Net na lunchtijd kwamen we aan op de camping in Bollnäs. De camping ligt schitterend aan een meer, in een bijna parkachtige omgeving met veel groen en grote open ruimtes. Meteen bij aankomst hadden we het gevoel: ja, hier willen we wel even blijven. Door de harde wind stonden er witte schuimkoppen op het meer. Dat zien we in Zweden eigenlijk bijna nooit. De meren liggen meestal spiegelglad stil, alsof iemand ze speciaal voor ansichtkaarten heeft ontworpen. Vandaag zag het water er veel ruiger uit. De wind joeg over het meer heen en blies voortdurend kleine golven richting de oever. Zelfs dat had iets moois. Het was stil. Écht stil. Geen verkeerslawaai op de achtergrond, geen vliegtuigen, geen constante drukte. Alleen wind, water en af en toe het geluid van een vogel ergens in de verte. Het zijn van die momenten waarop je merkt hoe moe je eigenlijk bent van voortdurende prikkels zonder dat je dat thuis nog beseft.

De absolute climax van de dag wachtte echter in de receptie van de camping. We stapten nietsvermoedend naar binnen om even vriendelijk in te checken, een plattegrondje op te halen en waarschijnlijk iets te vragen over de wifi-code of het legen van het chemisch toilet. Gewoon, normale campingdingen. Nog geen drie seconden later stonden we oog in oog met drie wolven en een gigantische bruine beer. En geloof me: op dat moment denk je niet meteen rustig en rationeel: goh, wat een interessante opgezette fauna uit Scandinavië. Nee. Je hart maakt eerst een noodlanding ergens ter hoogte van je knieën. Zeker wanneer je hersenen nog nét niet volledig geregistreerd hebben dat die beer al enige tijd geleden is overleden. Die beer stond daar ook niet subtiel in een hoekje opgesteld. Nee hoor. Gewoon pontificaal in de receptie, alsof hij persoonlijk verantwoordelijk was voor het uitdelen van de campingplaatsen. “Welkom op de camping. Paspoort alstublieft.” Pas na enkele seconden drong het langzaam tot ons door dat het om opgezette dieren ging. De campingbeheerder vertelde vervolgens tamelijk nuchter dat hij ze zelf had geschoten, in opdracht van de overheid. En hij vertelde dat ook op precies de toon waarop een Nederlandse campinghouder zou zeggen dat hij afgelopen week nog even de heg had gesnoeid. Dat blijft toch bijzonder aan Scandinavië. In Nederland hangen er bij de receptie hooguit wat foto’s van de omgeving, een folderrek en een bordje met: “Gelieve de afwasruimte netjes achter te laten.” In Zweden kom je binnen en staat er gewoon een complete bruine beer naast de balie alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. Je gaat bijna automatisch extra beleefd praten. “Dank u wel voor de mooie plek aan het meer, meneer. En eh … fijn dat die beer inmiddels een stuk rustiger is geworden.”

Later op de middag hebben we nog een lange wandeling gemaakt langs het meer. Rondom het water ligt een prachtig wandelpad aangelegd, iets wat je hier overal tegenkomt. Zweden lijkt gemaakt voor mensen die graag buiten zijn. Overal zijn wandelroutes, vlonders, bankjes en picknickplekken aangelegd. Zelfs kleine plaatsen beschikken vaak over prachtige wandelmogelijkheden. En juist tijdens zo’n wandeling merk je waarom we zo graag hier zijn. De rust. De ruimte. Het ontbreken van haast. Het gevoel dat niemand iets van je verwacht. Dat je gewoon mag lopen, kijken, ademhalen en stil zijn. Soms denk je in Nederland ongemerkt dat je ontspant wanneer je op een terras zit tussen honderden andere mensen. Hier ontdek je opnieuw wat echte rust eigenlijk is: een wandelpad langs een meer, de geur van natte dennenbomen, wind over het water en verder helemaal niets. Nou ja … behalve miljoenen bomen natuurlijk.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.