De dag begon veelbelovend. Toen we vanochtend de rolgordijnen van de caravan omhoog deden, werden we begroet door een strakblauwe lucht en een heerlijk ochtendzonnetje. De Botnische Golf lag er rustig bij, de vogels floten en het leek een heerlijke zomerse dag te worden. Dat optimisme bleek iets te voorbarig. Want zoals inmiddels gebruikelijk op deze reis, kwam er in de loop van de ochtend opnieuw bewolking opzetten. Niet zomaar een wolkje hier en daar, maar dichte bewolking. Voor we het wisten zaten we weer letterlijk in de wolken. De temperatuur zakte naar een frisse 9,5 graden en ineens voelde het alsof iemand ongemerkt de thermostaat van juni had teruggedraaid naar april. Maar goed, een beetje kou houdt ons niet tegen. Dus stapten we in de auto voor een bezoek aan Sundsvall.
Sundsvall ligt prachtig aan de kust van de Botnische Golf en is een van de belangrijkste steden van Noord-Zweden. Tegenwoordig wonen er ongeveer honderdduizend mensen in de gemeente, maar in de negentiende eeuw groeide de stad vooral dankzij de houtindustrie. En wat voor houtindustrie. De uitgestrekte bossen van Noord-Zweden leverden enorme hoeveelheden hout. Langs de kust verschenen tientallen zagerijen en vanuit Sundsvall werd hout geëxporteerd naar heel Europa. De stad kreeg daardoor de bijnaam "de houthoofdstad van Zweden". Sommige ondernemers werden schatrijk. Zo rijk zelfs dat ze complete paleisachtige herenhuizen lieten bouwen.
Toen ging het mis. In 1888 brak er brand uit. Een grote brand. Een héél grote brand. Sterker nog: dezelfde dag brandde ook een groot deel van Umeå af, honderden kilometers noordelijker. Dat moet een van de slechtste werkdagen ooit voor Zweedse brandweerlieden zijn geweest. Door de houten bebouwing, harde wind en droge omstandigheden veranderde Sundsvall in korte tijd in een enorme vuurzee. Grote delen van de binnenstad gingen verloren. Maar Zweden zou Zweden niet zijn als men daar niet pragmatisch mee omging. Men besloot de stad opnieuw op te bouwen, maar deze keer van steen. Daardoor ontstond het huidige centrum met zijn indrukwekkende stenen gebouwen, brede straten en statige pleinen. Tot op de dag van vandaag staat Sundsvall bekend als "Stenstaden" – de Stenen Stad. De houtindustrie bestaat nog steeds, al zijn tegenwoordig ook technologie, logistiek, dienstverlening en industrie belangrijke werkgevers. Toch zie je overal nog sporen van het verleden terug.
Ons doel was vandaag het openluchtmuseum op de heuvel boven de stad. Norra Berget Friluftsmuseum ligt in een groot natuurgebied boven Sundsvall en combineert een openluchtmuseum met wandelpaden, historische gebouwen en schitterende uitzichtpunten. We begonnen onze wandeling precies zoals het hoort: bij het uitzichtpunt. En dat stelde absoluut niet teleur. Voor ons lag Sundsvall uitgespreid als een miniatuurstad. We keken uit over de haven, de bebouwing, de omringende heuvels en natuurlijk de Botnische Golf, die zich als een enorme zilvergrijze vlakte tot aan de horizon uitstrekte. Voor één keer werkte het weer mee. Geen wolken, geen mist en geen nevel die het uitzicht verpestte. We konden verrassend ver kijken. Dat is altijd een prettig moment. Je rijdt honderden kilometers door Zweden, bezoekt een uitzichtpunt en ontdekt vervolgens dat er daadwerkelijk iets te zien is.
Na het uitzicht wandelden we rustig verder door het terrein. Het museum bestaat uit oude gebouwen die afkomstig zijn uit verschillende delen van de regio. Je loopt langs boerderijen, schuren, werkplaatsen en woningen die laten zien hoe mensen hier vroeger leefden en werkten. Het terrein heeft iets parkachtigs. Grote bomen, grasvelden, wandelpaden en hier en daar historische gebouwen die tussen het groen verscholen liggen. Sommige gebouwen waren geopend, andere nog niet. Je merkt duidelijk dat het toeristenseizoen hier nog niet echt begonnen is. Persoonlijk vinden wij dat helemaal niet erg. Wij behoren namelijk tot de categorie vakantiegangers die enthousiast worden van woorden als "rustig", "geen wachtrij" en "voldoende parkeerplaatsen".
Op de terugweg maakten we nog een tussenstop bij Lidl. Dat is inmiddels een vertrouwd stukje thuis in Zweden. De indeling is ongeveer hetzelfde, veel producten herken je direct en je weet tenminste waar de koekjes liggen. Terwijl ik samen met mijn vader boodschappen deed, wachtten mijn moeder en de beagles geduldig in de auto. Nou ja, geduldig. Ze weten inmiddels precies hoe het systeem werkt. Mensen verdwijnen een winkel in. Mensen komen terug met tassen. En soms bevatten die tassen iets lekkers. Dus iedere keer wanneer we teruglopen naar de auto kijken twee paar verwachtingsvolle ogen ons aan alsof ze willen vragen: "En? Is er iets voor ons bij?" Vandaag was het antwoord gelukkig: ja. We hadden namelijk een pak ijsjes gekocht. Dat betekende groot feest. Binnen enkele seconden waren alle andere belangrijke levensvragen vergeten en werd alle aandacht gericht op het consumeren van een welverdiende beagle-portie ijs.
Toen we terugkeerden op de camping bleek de bewolking inmiddels een nieuw niveau te hebben bereikt. De camping lag volledig in de mist. Niet een beetje mist. Echte mist. Het soort mist waarbij je serieus begint te twijfelen of je caravan nog wel bestaat. Gelukkig vonden we hem uiteindelijk terug. Dat scheelde weer een nacht buiten slapen. Eenmaal binnen deden we wat verstandige vakantiegangers doen wanneer het koud, mistig en een beetje somber is. We deden een middagdutje. Niet alleen de honden trouwens. Wij ook. Sommigen noemen dat luiheid. Wij noemen het volledig opgaan in de lokale Zweedse cultuur. Morgen wachten weer nieuwe avonturen. Tenminste, als de wolken ons tegen die tijd weer willen vrijlaten.
Reactie plaatsen
Reacties
Wat een mooi verhaal weer.
En prachtige foto,s.
Leuke foto s waar zaten jullie toen de beagels in de stoel lagen?