Vandaag stond er eigenlijk een cultureel hoogtepunt op het programma: het openluchtmuseum van Umeå, het beroemde Gammlia. Dit museum behoort tot de bekendste openluchtmusea van Noord-Zweden en bestaat uit tientallen historische gebouwen die een beeld geven van het leven in Västerbotten door de eeuwen heen. Oude boerderijen, rode houten huisjes, schuren, werkplaatsen en prachtige groene terreinen maken het tot precies het soort uitstapje waar wij dol op zijn.
Openluchtmusea zijn namelijk zo ongeveer onze favoriete attractie. Ze zijn meestal gratis, liggen midden in het groen, hebben gezellige rode Zweedse huisjes, zijn ruim opgezet en worden niet overspoeld door horden toeristen. Je kunt er rustig rondwandelen, wat foto's maken en je even voorstellen hoe het leven er honderd of tweehonderd jaar geleden uitzag. Eigenlijk zijn openluchtmusea voor ons een soort Zweedse comfortfood.
Maar toen werden we wakker. Regen. Niet een klein buitje. Niet een beetje miezer. Gewoon regen. Nu gaat onze liefde voor openluchtmusea ver, maar niet zó ver dat we vrijwillig urenlang door de stromende regen langs natte houten huisjes gaan lopen. Oude Zweedse gebouwen zijn prachtig, maar ze worden er niet mooier op als je ze bekijkt in de stromende regen. Dus het openluchtmuseum werd afgeblazen.
Dat was echter buiten onze twee beagles gerekend. Want honden hebben een opmerkelijke eigenschap: ze trekken zich niets aan van regen, cultuurprogramma's of gewijzigde dagplanningen. Ze moeten plassen. Ze moeten poepen. En ze moeten bewegen. Doe je dat niet, dan verandert een caravan binnen korte tijd in een biologisch experiment waar niemand gelukkig van wordt. Er zat dus niets anders op dan zelf naar buiten te gaan.
De voorbereidingen begonnen alsof we een poolexpeditie gingen ondernemen. Regenpakken werden tevoorschijn gehaald. Jassen werden dichtgeritst. Capuchons gingen op. De honden kregen hun eigen regenjasjes aangemeten. Uiteindelijk stonden we met z'n allen ingepakt alsof we op weg waren naar een reddingsoperatie op de Noordpool. Toen iedereen eindelijk klaar was, konden we vertrekken.
De eerste twintig minuten regende het inderdaad. Daarna werd het minder. En daarna werd het droog. Sterker nog: uiteindelijk werden we natter van ons eigen zweet dan van de regen. Wie ooit een volledig regenpak heeft gedragen, weet dat zo'n ding ongeveer even goed ademt als een diepvrieszak. Van buiten bleef het water keurig tegengehouden, maar van binnen ontstond langzaam een geheel eigen klimaat.
Na een flinke wandeling keerden we terug naar de caravan voor een welverdiend fika-moment. Koffie, iets lekkers erbij en even bijkomen van onze heroïsche strijd tegen de Zweedse weersomstandigheden. De rest van de middag verliep verrassend aangenaam. Een beetje internetten, wat lezen, wat voor ons uit kijken en vooral helemaal niets moeten. Soms denk je dat een dag mislukt is omdat een gepland uitstapje niet doorgaat. Maar uiteindelijk bleek deze onverwachte rustdag helemaal geen straf. Het openluchtmuseum loopt tenslotte niet weg. En wij eerlijk gezegd ook niet.
Tegen de avond gebeurde er nog iets opmerkelijks. De camping, die de afgelopen dagen heerlijk rustig was geweest, begon zich langzaam maar zeker te vullen. Eerst kwamen er een paar campers binnenrijden. Daarna nog een paar. Vervolgens caravans. Daarna auto's met dakkoffers. En toen kwamen ook de gasten voor de vakantiehuisjes aanzetten. Binnen een paar uur leek het alsof half Noord-Zweden had besloten om precies dezelfde camping uit te kiezen als wij.
Onze eerste gedachte was dan ook: dat zal wel met de nationale feestdag van morgen te maken hebben. Op 6 juni viert Zweden namelijk de Nationale Dag. Op die dag herdenken de Zweden onder meer de verkiezing van koning Gustav Vasa in 1523, een gebeurtenis die wordt gezien als het begin van het moderne Zweden. Daarnaast wordt stilgestaan bij de grondwet van 1809. Sinds 2005 is de Nationale Dag zelfs een officiële vrije dag. De viering verloopt overigens een stuk bescheidener dan bijvoorbeeld Koningsdag in Nederland. Je ziet overal Zweedse vlaggen verschijnen, er worden concerten georganiseerd, gemeenten houden ceremonies voor nieuwe staatsburgers en veel mensen trekken eropuit voor een lang weekend met familie of vrienden. Omdat de feestdag dit jaar op een zaterdag viel, leek het heel logisch dat veel Zweden alvast een paar dagen vrij hadden genomen en massaal op pad waren gegaan.
Maar later ontdekten we dat er nóg een reden was voor de drukte. In Umeå vond namelijk ook Brännbollsyran plaats, een van de grootste festivals van Noord-Zweden. Het evenement begon ooit als een gezellig studententoernooi in brännboll, een typisch Zweedse variant van slagbal, maar groeide in de loop der jaren uit tot een enorm muziekfestival met tienduizenden bezoekers. Overdag wordt er gesport, gefeest en genoten van de lange zomerdagen, terwijl 's avonds bekende artiesten optreden op grote festivalterreinen. Ineens werd een hoop duidelijk. Die eindeloze stroom campers, caravans en vakantiegangers bleek dus niet alleen te worden veroorzaakt door de Nationale Dag, maar waarschijnlijk ook door duizenden festivalbezoekers die een slaapplaats zochten.
Gelukkig lag onze camping ver genoeg van de festiviteiten verwijderd. Natuurlijk zagen we de drukte en merkten we dat er veel meer mensen waren dan anders, maar qua geluid viel het allemaal ontzettend mee. Geen dreunende bassen, geen nachtelijke zangpartijen en geen festivalgangers die om drie uur 's nachts hun levensverhaal naast de caravan kwamen bespreken. Sterker nog: wij hebben er geen minuut minder om geslapen. Dat is misschien wel het grootste wonder van deze dag geweest. Niet dat het ophield met regenen. Niet dat de camping volliep. Maar dat er ergens in de stad een groot muziekfestival gaande was terwijl wij daar helemaal niets van merkten. Soms is vakantie precies dat: de wereld mag best druk zijn, zolang je er zelf maar rustig van kunt slapen.
Reactie plaatsen
Reacties