Gisteren deden we niets. Nou ja, bijna niets. We hebben een complete dag op de camping doorgebracht, een beetje gewandeld, een beetje gelezen, een beetje voor ons uit gekeken en vooral genoten van het feit dat er geen programma was. Vandaag hebben we dat ruimschoots ingehaald. Want vandaag stond Storforsen op het programma. Wij zijn al meerdere keren in Noord-Zweden geweest en er zijn van die plekken waar je telkens weer naar terug wilt. Voor sommige mensen is dat een gezellig restaurantje. Voor anderen een museum. Voor ons is het een enorme bak kolkend water midden in de Zweedse wildernis.
Storforsen, bij Vidsel, is namelijk niet zomaar een waterval. Het is de grootste ongehinderde stroomversnelling van Noord-Europa. Over een lengte van ongeveer vijf kilometer stort het water zich door de rivierbedding naar beneden. Op sommige plekken is de rivier meer dan honderd meter breed en tijdens de voorjaarsafvoer dendert hier meer dan achthonderd kubieke meter water per seconde voorbij. Dat zijn hoeveelheden waarbij je als eenvoudige caravankampeerder al snel besluit niet te gaan uitrekenen hoeveel badkuipen dat precies zijn.
De afgelopen weken hielden we daarom voortdurend de weersverwachtingen in de gaten. Zou het droog zijn? Zou de zon schijnen? Zou het de moeite waard zijn om om te rijden? En misschien nog wel belangrijker: was het verstandig om bijna vijfhonderd Zweedse kronen neer te tellen voor een campingovernachting? Want laten we eerlijk zijn: een waterval bekijken in de regen is een beetje alsof je naar een vuurwerkshow gaat met een blinddoek op. Het kan vast indrukwekkend zijn, maar je mist toch iets. Wat waren we daarom blij toen bleek dat juist vandaag, precies vandaag, de zon zou schijnen. Voor ons voelde het als een nationale feestdag. Misschien moeten ze daar in Zweden eens werk van maken: Internationale Storforsendag, met vrije toegang tot de waterval, gratis koffie en een medaille voor iedereen die meer dan vijftig foto's maakt.
Met een klein beetje pijn in mijn buik namen we vanochtend afscheid van Luleå. Niet omdat ik ziek was. Maar omdat ik me realiseerde dat dit waarschijnlijk een van de laatste keren is geweest dat wij hier met z'n drieën, twee beagles en een caravan rondtrekken. De jaren beginnen voor iedereen mee te tellen. De afstanden worden niet korter en de reizen niet gemakkelijker. Dat besef maakte het afscheid toch een beetje bijzonder. Maar gelukkig hielp Zweden onmiddellijk mee om sentimentele gedachten te verdrijven.
De route richting Vidsel was prachtig. Kilometerslang reden we door bossen die geen einde leken te kennen. Af en toe verscheen er een rood houten huisje. Dan weer een meertje. Dan weer een rivier. En vooral heel veel ruimte. Het verkeer was zo rustig dat iedere tegenligger bijna een sociale gebeurtenis werd. "Kijk, een auto!" "Ja, inderdaad." En vervolgens weer tien minuten niets.
Na ongeveer honderd kilometer rijden gebeurde het. We waren er. Nog voordat we de auto uitstapten hoorden we het. Een diep, voortdurend geraas. Normaal gesproken klagen wij graag over geluidsoverlast. Een luidruchtige buurman, een blaffende hond of een brommende generator kunnen ons humeur behoorlijk op de proef stellen. Maar dit geluid vonden we uitstekend. Hoe harder het geluid van de razende waterval, hoe beter.
De camping bleek gelukkig al vroeg gasten te ontvangen, want we stonden al voor 11 uur bij de receptie om in te checken. Er was plaats genoeg op de camping en we vonden een mooie plaats vlak bij het sanitairgebouw. Een strategische keuze. Met zoveel stromend water om je heen krijg je namelijk vanzelf het gevoel dat je ook zelf wat vaker naar het toilet moet.
De camping ligt direct naast de rivier en naast het bekende hotel Storforsen. Het terrein is ruim opgezet en van hieruit kun je rechtstreeks naar de waterval wandelen. Wie geen zin heeft om te lopen kan ook de auto nemen naar een nabijgelegen parkeerplaats. Maar wandelen is natuurlijk veel leuker. Vanaf de camping leiden houten vlonders en goed onderhouden paden door het natuurgebied. Overal staan informatieborden en op verschillende plekken zijn uitkijkpunten aangelegd. Er zijn ook horecagelegenheden aanwezig, maar die waren nog gesloten vanwege het laagseizoen. Gelukkig waren de toiletten wel open. Ook dat is in de Zweedse wildernis een vorm van luxe.
Samen met de honden begonnen we aan onze wandeling. Steeds kwam het geluid dichterbij. Steeds werd het harder. Steeds meer water verscheen tussen de bomen. De beagles hadden er totaal geen moeite mee. Waar sommige honden misschien zouden schrikken van zoveel geraas, werden die van ons juist nieuwsgieriger. Neus omhoog. Oren naar voren. Alles onderzoeken. Waarschijnlijk waren ze ervan overtuigd dat ergens tussen al dat water een gigantische eend verborgen zat.
En toen stonden we er weer. Voor Storforsen. Wat een natuurgeweld. Miljoenen liters water die zich met enorme kracht tussen rotsen en eilanden door persen. Wit schuim, kolkende stromingen, bruisende draaikolken en overal dat indrukwekkende geraas.
We hebben deze plek al vaker bezocht. Maar toch blijft het bijzonder. Sterker nog: misschien wordt het elke keer indrukwekkender. Omdat je beseft hoe uitzonderlijk zo'n plek eigenlijk is.
Ik maakte foto's. Veel foto's. Heel veel foto's. Eerst vanaf de camping met de drone. Daarna bij de waterval met mijn telefoon. Of het er honderd waren weet ik niet. Het kunnen er ook tweehonderd zijn geweest. Of driehonderd. Ik heb de moed nog niet gehad om te tellen.
Aan het einde van de middag keerden we moe maar tevreden terug naar de caravan. Gisteren hadden we een rustdag. Vandaag absoluut niet. Maar wat was dit een prachtige dag. Misschien wel een van de mooiste van deze reis. En morgen? Dat zien we dan wel weer. Eerst nog maar eens genieten van het voortdurende gedonder van Noord-Europa's mooiste vorm van geluidsoverlast.
Cooper was doodmoe na het uitstapje naar de waterval ...
Reactie plaatsen
Reacties