Zondag 14 juni 2026

Gepubliceerd op 14 juni 2026 om 15:00

Vandaag moest het dan eindelijk gebeuren: de spannendste etappe van de Wildernisroute. Al wekenlang hadden we erover gesproken. Zouden we goed weer hebben? Zou er nog sneeuw liggen? Zou de weg open zijn? En vooral: zouden we het overleven? Goed, dat laatste is misschien licht overdreven, maar een beetje spanning was er vanochtend toch wel toen we wakker werden.

Gelukkig zat één ding direct mee: het weer. Geen stralend blauwe lucht en geen felle zon, maar vooral ook geen regen. En nog belangrijker: geen mist. Want als er één ding is dat je niet wilt op een hooggelegen bergplateau in Noord-Zweden, dan is het wel mist. Dan zie je niets van het landschap en bovendien kun je elkaar kwijtraken tussen auto en caravan. Daarom hadden wij uiteraard onze voorzorgsmaatregelen getroffen. We hadden sneeuwkettingen bij ons, een fluitje voor noodgevallen, voldoende proviand voor het geval we toch zouden insneeuwen en zelfs berenspray. Je weet maar nooit. Stel dat je vast komt te zitten in een sneeuwstorm terwijl een hongerige beer je caravan omsingelt. Dan wil je niet achteraf hoeven zeggen: "Hadden we nu maar beter voorbereid op reis gegaan."

Om negen uur waren we volledig reisvaardig. De caravan werd aangekoppeld, iedereen nam plaats op zijn vaste stoel in de auto en vol verwachting reden we Saxnäs uit.

De route naar Gäddede voert over het beroemde Stekenjokkplateau, een van de hoogste verharde wegen van Zweden. Het hoogste punt ligt op ongeveer 876 meter boven zeeniveau. Dat klinkt voor echte bergbewoners misschien niet indrukwekkend, maar voor Zweden is dat behoorlijk hoog. Bovendien ligt het plateau zo noordelijk dat er een groot deel van het jaar sneeuw blijft liggen. Daarom is de weg meestal slechts geopend van begin juni tot ergens in oktober. De rest van het jaar heeft de natuur het hier gewoon voor het zeggen.

Al snel veranderde het landschap. De bossen verdwenen langzaam naar de achtergrond. De vertrouwde sparren maakten plaats voor een open bergwereld met uitgestrekte vlaktes, kale hellingen, beekjes, moerassen en hier en daar nog flinke sneeuwvelden. Het voelde alsof we ongemerkt een grens waren overgestoken en ineens ergens diep in Noorwegen terecht waren gekomen. Wat vooral opvalt, is de ruimte. Kilometers ver kun je kijken zonder een dorp, huis of boerderij tegen te komen. Alleen de weg slingert als een dun grijs lint door het landschap. Soms zie je minutenlang geen andere auto's. Dan weer verschijnt er ineens een camper uit de verte, alsof die zojuist rechtstreeks uit de poolcirkel komt aanrijden.

Boven op het plateau stopten we op de grote parkeerplaats die daar ligt. Tot onze verrassing stonden er behoorlijk veel campers en auto's met caravan. Kennelijk hadden veel mensen besloten om hier de nacht door te brengen. Dat heeft natuurlijk voordelen. Het uitzicht is prachtig en het kost niets. Maar wij behoren tot een andere stroming binnen de kampeerwereld. Wij zijn de stroming van de warme douche. Van het toiletgebouw. Van de stroomaansluiting. Van het idee dat er ergens een receptie bestaat waar iemand verantwoordelijk is als er iets misgaat. Bovendien vermoed ik dat het vannacht behoorlijk fris is geweest op het plateau. Wij hadden het in Saxnäs al niet bepaald warm gehad. Mijn winterpyjama heeft opnieuw bewezen dat hij een essentieel onderdeel van de vakantie-uitrusting is. Sommige mensen nemen extra schoenen mee. Ik neem een pyjama mee waarmee ik desnoods een expeditie naar de Noordpool zou kunnen ondernemen.

Na het gebruikelijke fotomoment bekeken we nog even de omgeving. Een dronevlucht zat er niet in. De wind joeg met windstoten van ongeveer vijftig kilometer per uur over het plateau. Mijn drone zou waarschijnlijk binnen enkele minuten in Finland zijn teruggevonden. Dus hielden we het bij gewone foto's.

Daarna reden we in één keer verder naar Gäddede. De gemiddelde snelheid lag niet erg hoog, maar dat gaf helemaal niets. Op deze weg wil je juist rustig rijden. Achter iedere heuvel verschijnt weer een nieuw uitzicht en achter iedere bocht wacht weer een ander stukje landschap. Bovendien is hard rijden hier niet bijzonder verstandig. De weg kronkelt voortdurend en verrast je regelmatig met een onverwachte helling of scherpe bocht. Wat daarbij ook helpt, is dat er vrijwel niemand op de weg rijdt. Vergeleken met Nederland voelt het alsof je een privéweg hebt gehuurd voor de dag.

Aan het begin van de middag kwamen we aan op de camping in Gäddede. Onze eerste indruk was direct duidelijk: dit voelt een beetje als Noorwegen. En wie ooit op eenvoudige Noorse campings heeft gestaan, begrijpt precies wat ik bedoel. Een beetje rommelig. Een beetje versleten. Een beetje alsof de eigenaar ooit grootse plannen had, maar vervolgens dacht: "Ach, morgen is er ook nog een dag." Niet erg, want we blijven hier toch maar één nacht.

Na het installeren hebben we nog boodschappen gedaan en benzine getankt. De tank was zeker niet leeg, maar wij hanteren op vakantie een eenvoudige regel: als je in een dunbevolkt gebied bent en een tankstation ziet, dan tank je. Ook als de tank eigenlijk nog behoorlijk vol zit. Vol is namelijk vol.

De rest van de middag hebben we besteed aan een activiteit waar Nederlanders van nature bijzonder goed in zijn: rekenen. Binnenkort is het namelijk Midsommar, de grote Zweedse feestperiode. Toen we de prijzen van de campings bekeken, ontdekten we dat een camping in Mora tijdens Midsommar ongeveer tachtig euro per nacht kost. Tachtig euro. Voor één nacht. Voor dat bedrag verwachten wij eigenlijk dat er iemand 's ochtends verse broodjes komt brengen, de caravan wast en de honden uitlaat. Na uitvoerig overleg heeft het routeteam daarom besloten het reisschema iets aan te passen. Met een paar kleine verschuivingen arriveren we nu net ná Midsommar in Mora. En wat blijkt? Dan kost dezelfde camping ongeveer de helft. We hebben vandaag dus niet alleen succesvol het Stekenjokkplateau overgestoken, maar ook nog eens ongeveer twee maal veertig euro (voor twee nachten Mora) verdiend. Dat lijkt mij een uitstekende opbrengst voor één vakantiedag. Misschien moeten we onderweg vaker geld besparen. Tegen het einde van de vakantie zijn we dan waarschijnlijk rijk genoeg om opnieuw op vakantie te gaan.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.