Maandag 15 en dinsdag 16 juni 2026

Gepubliceerd op 16 juni 2026 om 15:09

Maandag reden we het laatste deel van de Wildernisroute, van Gäddede naar Strömsund. En hoewel we inmiddels al weken door het Zweedse landschap rijden, slaagde Zweden er opnieuw in ons stil te krijgen. Nou ja, bijna stil. Mijn vader praat nog steeds gewoon door.

Het landschap veranderde onderweg langzaam maar duidelijk. Het eerste deel van de Wildernisroute, tussen Vilhelmina en Gäddede, was ruiger, grootser en dramatischer. Daar reden we over het beroemde Stekenjokk-plateau, tussen de kale hoogvlakten, de sneeuwvelden en de verre bergtoppen. Dat was het landschap dat voortdurend leek te willen zeggen: “Kijk eens hoe indrukwekkend ik ben!” Het tweede deel richting Strömsund had een ander karakter. Minder spectaculair misschien, maar minstens zo mooi. De bergen verdwenen geleidelijk naar de achtergrond en maakten plaats voor eindeloze bossen, glinsterende meren, moerasgebieden en brede valleien. Het landschap werd zachter, vriendelijker en groener. Alsof Zweden na al dat indrukwekkende spierballengerol dacht: “Goed, nu zal ik ook eens laten zien dat ik gezellig kan zijn.”

En dan die bomen. Wij zijn inmiddels namelijk uitgegroeid tot echte bomenexperts. Tenminste, dat denken wij zelf. Hoeveel bomen we onderweg hebben gezien? Ik heb geprobeerd een wetenschappelijke berekening te maken. We zijn op 12 mei in Zweden aangekomen. Inmiddels zijn we 35 dagen onderweg. Stel dat we gemiddeld 150 kilometer per dag hebben gereden. Stel vervolgens dat er langs iedere kilometer weg ongeveer 2.000 zichtbare bomen staan. Dan komen we uit op ruim 10 miljoen bomen. Dat lijkt veel. Maar eerlijk gezegd vermoed ik dat het werkelijke aantal dichter bij de 100 miljoen ligt. Of misschien een miljard. Na een paar weken in Noord-Zweden verlies je namelijk elk gevoel voor proporties. Op een gegeven moment kijk je naar een bos van tienduizend bomen en denk je: "Leuk struikje."

Voor de liefhebbers hierbij enkele boomweetjes. De meeste bomen die wij onderweg zien zijn sparren en dennen. Een volwassen spar kan meer dan veertig meter hoog worden. Sommige dennen in Scandinavië zijn honderden jaren oud. Bomen communiceren bovendien via schimmeldraden in de bodem met elkaar. Wetenschappers noemen dat wel eens het "Wood Wide Web". Bomen sturen elkaar waarschuwingen voor insecten, delen voedingsstoffen en helpen soms zelfs zieke soortgenoten. Kortom: bomen hebben een beter sociaal netwerk dan veel mensen. Nog een weetje: een grote boom kan op een warme dag honderden liters water verdampen. Dat verklaart waarom het soms lijkt alsof heel Zweden één grote natuurlijke luchtbevochtiger is. En dan mijn favoriete feit: een boom weet niet dat hij een boom is. Hij staat daar al honderden jaren volledig tevreden boom te zijn zonder zich ooit af te vragen wat zijn levensdoel eigenlijk is. Daar kunnen sommige mensen nog iets van leren.

Na de lunch arriveerden we op de camping in Strömsund. Een keurige camping aan het water, rustig gelegen en van alle gemakken voorzien. Strömsund zelf is een plaatsje van nog geen vierduizend inwoners, gelegen aan het lange meer Ströms Vattudal. De omgeving bestaat voor meer dan zeventig procent uit bos. Dat verbaast u na het vorige deel van dit verhaal waarschijnlijk niet meer.

Wat ons direct opviel was dat alle campinggasten gratis toegang kregen tot het verwarmde openluchtzwembad naast de camping. En niet zomaar een badje waarin drie kinderen en een verdwaalde eend passen, maar een echt vijftigmeterbad. Nu hoor ik Nederlandse lezers denken: gratis? Verwarmd? Vijftig meter? Ja. En toch ben ik niet gegaan. Het was bewolkt, er stond wat wind en ik vond het eigenlijk net niet lekker genoeg. Ik besef dat hiermee officieel mijn Nederlandse nationaliteit ter discussie staat.

Dinsdag begon opmerkelijk rustig. We werden pas om acht uur wakker. Acht uur! Voor veel mensen klinkt dat volkomen normaal. Voor ons voelt dat ongeveer alsof we tot de middag hebben uitgeslapen. Onze biologische klok lijkt langzaam op te schuiven. Als dit zo doorgaat staan we over drie weken om half tien op en eindigen we als echte vakantiegangers.

's Ochtends deden we boodschappen. Daarbij liepen we opnieuw tegen een bekend probleem aan. De Zweedse supermarkten zijn gigantisch. Je kunt er complete kano's kopen, een voorraad hondenvoer voor een roedel wolven en waarschijnlijk onderdelen voor een kerncentrale. Maar een betaalbare verse bloemkool? Ho ho. Laten we niet onredelijk worden. Misschien zijn wij gewoon verwend. Dat zal het wel zijn.

's Middags bezochten we het openluchtmuseum van Strömsund, de plaatselijke heemtuin met historische gebouwen. Ook dit uitstapje was gratis. Oude boerderijen, schuren, werkplaatsen en woonhuizen laten zien hoe men hier vroeger leefde. Je kunt er heerlijk rondwandelen tussen de historische gebouwen en het groen. Langzaam slenterden we van huisje naar huisje. Het voelde verrassend vertrouwd. Misschien omdat een oud houten schuurtje overal ter wereld toch een beetje een oud houten schuurtje blijft. Op het terrein staat bovendien een gigantisch houten beeld van Dunderklumpen, een beroemde figuur uit een klassieke Zweedse kinderfilm van schrijver en kunstenaar Beppe Wolgers. In deze streek is Dunderklumpen ongeveer wat Nijntje voor Nederland is, alleen groter, hariger en aanzienlijk minder geschikt om in een kinderkamer neer te zetten.

Na ons bezoek was het tijd voor een fika. Koffie, iets lekkers erbij en even genieten van het uitzicht. Dat begint inmiddels een dagelijkse gewoonte te worden. Sommige mensen verzamelen postzegels, wij verzamelen fika's.

Daarna liet ik nog even de drone opstijgen. Dat was eigenlijk niet meer dan een spontane ingeving, maar het leverde onverwacht mooie beelden op. Van bovenaf zag je pas echt hoe bijzonder deze omgeving is: het water, de bossen, de rode huisjes en de eindeloze ruimte. En natuurlijk ook heel veel bomen. Ontzettend veel bomen. Misschien toch wel een miljard.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.